De houten Deur


Een jaar later.

Ik had mezelf wijsgemaakt dat het allemaal een droom was geweest.

Dat het luik niet echt had bestaan.
Dat Mika nooit had bestaan.
Dat het lege plekje in mijn geheugen gewoon vakantievermoeidheid was.

Tot ik hem weer zag.

Dezelfde zwarte broek.
Hetzelfde blauwe overhemd.
Geen dag ouder.

Dit keer liep ik hem niet achterna.

Ik keek alleen.

Hij liep niet naar het luik.

Hij verdween achter een dikke pilaar, drukte bijna onzichtbaar tegen een houten deur en verdween naar binnen.

Toen hij weg was, liep ik erheen.

De deur stond nog op een kier.

Achter de deur hing koele lucht, alsof ik een kelder binnenkeek die de zon al eeuwen niet had gezien. Ik rook ook de grondlucht.

Een smalle stenen draaitrap kronkelde omlaag.

Zo’n lange trap dat ik de bodem niet kon zien.

Elke trede leek ouder dan het resort zelf.

Beneden verwachtte ik de ronde kamer met het zwarte bassin.

Maar die was verdwenen.

In plaats daarvan kwam ik uit in een lange gang.

Aan weerszijden tientallen deuren.

Op elke deur een messing naamplaatje.

Geen kamernummers.

Alleen namen.

Ik liep langzaam langs de deuren.

De meeste zeiden me niets.

Tot ik stokstijf bleef staan.

Mika.

Mijn hart sloeg over.

Ik kende die naam niet.

Tenminste...

Dat dacht ik.

Plotseling schoten flarden door mijn hoofd.

Gelach bij het zwembad.

Een microfoon.

Kinderen die zijn naam riepen.

Herinneringen die ik een jaar geleden had opgegeven.

Voorzichtig legde ik mijn hand op de klink.

Op dat moment klonk achter me een rustige stem.

"Je hebt iets teruggevonden wat nooit terug had mogen komen."

Ik draaide me om.

De man glimlachte.

Voor het eerst.

"De mensen denken dat ik bewaker ben," zei hij.

"Maar ik houd niets gevangen."

Hij keek naar de deuren.

"Ik zorg alleen dat niemand ze opent."

"Wat zit erachter?"

Hij zweeg even.

"Herinneringen," zei hij.

Hij keek me recht aan.

"Vorig jaar heb jij ervoor gekozen de naam van iemand anders op het kaartje te schrijven. Mika is opgenomen in het bassin. Sindsdien bestaat er niemand meer die zich hem kan herinneren."

Hij wees naar de deur voor me.

"Behalve jij."

"Waarom ik wel?"

"Dat weet ik niet."

Voor het eerst verdween zijn glimlach.

"Dat is juist wat mij zorgen baart."

Ik keek naar het messing plaatje.

MIKA

"Als ik de deur open?"

"Dan komt hij terug."

"Gewoon... terug?"

De man knikte.

"Zijn naam. Zijn gezicht. Alles wat hij hier heeft meegemaakt. Iedereen die hem ooit heeft gekend, zal zich hem weer herinneren."

Mijn hand lag nog steeds op de klink.

"Dan is de keuze toch makkelijk?"

"Nee."

Zijn stem klonk ineens hard.

"Het bassin geeft niets terug zonder iets anders te nemen."

Ik keek hem aan.

"Wat neemt het?"

"Dat weet niemand."

"Een persoon?"

"Misschien."

"Een herinnering?"

"Misschien."

"En als ik de deur dicht laat?"

"Dan blijft alles zoals het nu is."

Ik keek weer naar Mika's naam.

Opeens hoorde ik iets.

Heel zacht.

Vanachter de deur.

Muziek.

Gelach.

Daarna een stem door een microfoon.

Een stem die ik kende.

Mika.

Mijn vingers sloten zich om de klink.

"Niet doen," zei de man achter me.

Ik draaide me om.

"Vorig jaar liet je hem verdwijnen."

Hij keek naar mijn hand.

"Kun je ermee leven als je hem nu terug laat komen?"

Ik drukte de klink naar beneden.

De deur vloog uit mijn hand.

Een verblindend wit licht vulde de gang.

Ik hoorde stemmen.

Honderden.

Muziek.

Kinderen die riepen.

Iemand lachte vlak naast mijn oor.

En tussen al die geluiden hoorde ik maar één zin.

"Je bent eindelijk terug."

Toen werd alles zwart.


"Wil je nog iets drinken?"

Ik schrok wakker.

Edward zat tegenover me.

"Wat?"

"Of je nog iets wilt drinken."

Ik keek verdwaasd om me heen.

Ik zat op het terras.

Voor me stond een halfleeg glas. Achter Edward schitterde het zwembad in de zon.

"Hoe ben ik hier gekomen?"

Edward trok zijn wenkbrauwen op.

"Hoe bedoel je? Je zit hier al zeker een halfuur."

Ik keek naar de overkant van het zwembad.

De pilaar.

Daar moest hij zijn.

De houten deur.

Ik stond zo abrupt op dat mijn stoel over de tegels schraapte.

"Cindy?"

Ik hoorde hem nauwelijks.

Ik liep naar de pilaar.

Niets.

Geen deur.

Geen kier.

Geen klink.

Alleen een gepleisterde muur die eruitzag alsof er nooit iets anders had gezeten.

Ik streek met mijn hand over het warme steen.

Had ik het gedroomd?

Toen klonk achter me muziek.

Dezelfde muziek die ik beneden had gehoord.

"Good afternoon everybody!"

Mijn hele lichaam verstijfde.

Langzaam draaide ik me om.

Aan de rand van het zwembad stond een man met een microfoon.

Mika.

Kinderen renden naar hem toe.

Mensen zwaaiden.

Een vrouw naast mij lachte.

"Die Mika," zei ze tegen haar man. "Precies hetzelfde als vorig jaar."

Vorig jaar.

Ik keek naar Mika.

Hij keek terug.

Heel even dacht ik dat hij naar me knipoogde.

Ik rende terug naar het terras.

"Edward."

Hij keek op van zijn telefoon.

"Wat is er?"

"Mika."

"Wat is er met Mika?"

"Ken jij hem?"

Edward lachte.

"Natuurlijk. Die animator van vorig jaar. Jij vond hem toch zo grappig?"


Mijn mond werd droog.

Het was gelukt.

Hij was terug.

Iedereen herinnerde zich hem.

Ik ook.

Ik ging langzaam zitten.

Het bassin had hem teruggegeven.

Maar wat had het daarvoor genomen?

Ik keek naar Edward.

Ik wist wie hij was.

Ik wist waar we waren.

Ik wist wie Mika was.

Alles leek er nog te zijn.

Mijn telefoon lag op tafel.

Ik pakte hem en opende mijn foto's.

Vakantie.

Vorig jaar.

Ik scrolde.

Foto's van het zwembad.

Het restaurant.

De kamer.

Edward.

Mika op de achtergrond.

Alles stond er weer.

Alleen begreep ik iets niet.

Waarom had ik zoveel foto's van dit resort?

Ik probeerde terug te denken aan vorig jaar.

De aankomst.

Onze kamer.

De eerste avond.

Niets.

Ik scrolde verder.

Honderden foto's.

Van een vakantie waar ik zelf bij was geweest.

Maar waarvan ik me geen seconde kon herinneren.

"Edward?"

"Ja?"

"Waarom zijn we eigenlijk weer naar dit resort gegaan?"

Hij keek me vreemd aan.

"Omdat jij hier zo graag terug wilde."

Ik keek opnieuw naar Mika.

Hij stond aan de andere kant van het zwembad.

De microfoon hing inmiddels naast zijn lichaam.

Hij keek recht naar mij.

En toen begreep ik het.

Ik had Mika's herinneringen teruggegeven.

In ruil voor mijn vakantieherinneringen.